Het Groesbeekse Bos in het Rijk van Nijmegen is in alle seizoenen een bezoek waard. Geniet van herfsttinten en –geuren, zonovergoten heide of misschien wel idyllisch besneeuwde bomen. Het is een eldorado voor wandelaars, ruiters, mountainbikers, fietsers en hondenuitlaters. Er zijn veel uitgezette routes, speelweides, picknickplaatsen en andere mogelijkheden om te genieten van de fraaie Groesbeekse natuur.
Het Groesbeekse Bos ligt op een stuwwal ten zuidoosten van Nijmegen. Het is deel van een veel groter bosgebied dat in Duitsland overgaat in het Reichswald. Sommige delen van het bos dateren uit de zestiende eeuw. Ze zijn toen aangelegd om dienst te doen als hakhoutbos. Tussen 1820 en 1860 is het hele gebied beplant. Hiermee is het Groesbeekse bos een eeuw ouder dan de meeste bossen in Nederland.
Natuur en recreatie
Ooit was het Groesbeekse Bos aangeplant voor de productie van hout. Het gevolg was een monotoon productiebos. Kaarsrechte wegen en voornamelijk naaldbomen bepaalden het beeld.
Tegenwoordig zijn natuur en recreatie minstens even belangrijk als houtproductie. Daarom wordt het saaie bos omgevormd tot een meer natuurlijk bos. Dit betekent meer dood hout, open plekken en loofbomen zoals eik, berk en lijsterbes. De grotere variatie in het bos trekt vervolgens ook meer dieren- en plantensoorten aan.
Overasseltse vennen
In dit bijzondere gebied heeft elk jaargetijde zijn eigen kleur en geur. In de herfst overheerst de rode gloed van planten en loof. ‘s Zomers wuiven de pluimen van wollegras en veenpluis in de wind. Dennengeur prikkelt de neus. ’s Winters geeft het landschap zijn uitgestrektheid prijs. Maar de glooiende rivierduinen, donkere vennen en heide zijn elk seizoen mooi. Speuren naar dassensporen kan ook altijd. Bezoek dan ook de eeuwenoude grafheuvel. Genieten van de vennen kan het hele jaar door.
Loop een van de vele uitgezette routes, bezoek de kapel met de Koortsboom, verken het gebied te paard of ontdek de grote verscheidenheid aan dieren die hier leven.