
De Overasseltse Vennen; vroeger een mozaïek van heide, droge grazige vegetaties, vennen en veentjes. Langs de randen van het gebied bouw- en grasland en lokaal bos. In het begin van de vorige eeuw werd echter een groot deel van het gebied ontwaterd. Gevolgd door grootschalige bebossing met grove den en de ontginning van natte heide en vennen naar intensief gebruikt grasland.
In de zestiger jaren werd het gebied eigendom van Staatsbosbeheer. Hierna is gestart met het herstel van ven- en heidemilieus. Onder andere door het dempen en verondiepen van sloten en greppels, plaatsen van stuwen en het kappen van naaldbos. Dit herstelbeheer heeft ertoe geleidt dat het Vennengebied zowel floristisch als faunistisch (vooral reptielen, amfibieën en insecten) zeer waardevol is.
Om meer te weten over de huidige kwaliteiten als ook de knelpunten lees: Herstelplan Heide- en venmilieus Overasseltse Vennen (PDF)