Horsterwold
Aan de buitenkant laat het Horsterwold een enorme muur van groene planten zien. Wie zich hier achter begeeft, betreedt een verrassende wereld. Reusachtige populieren ruisen in de wind. Fluweelzachte mossen bedekken de stammen van omgevallen bomen. Overal ritselen vogels in de struiken. Op open bosweiden grazen reeën. Als de avond valt worden de bevers actief en spelen hun spel.
Karakteristiek voor het Horsterwold is de bodem. De vruchtbare klei staat garant voor een enorme groeikracht van de vele plantensoorten die hier voorkomen. Kastanje, noten, eik, kers en beuk gedijen uitzonderlijk goed en vormen een prima voedselvoorraad voor de vele diersoorten die er leven: reen, vos, damhert, boommarter en eekhoorn.
Naast de vele zoogdieren komen er in het Horsterwold zo’n 140 verschillende vogelsoorten voor. Hun voedsel wordt geleverd door de vele besdragende struiken die er staan, meidoorn, vlier, cornoelje, duindoorn en lijsterbes. Dankzij de grote verscheidenheid in biotopen broeden hier rond de 80 vogelsoorten.
Hulkesteijnse Bos
Het Hulkesteijnse Bos heeft een lappendeken aan grondsoorten: klei, zand en veen, van voedselrijk naar voedselarm, en van nat naar droog. Daardoor is een rijke en zeer gevarieerde begroeing ontstaan. Ga op ontdekkingstocht via de natuurpadroute, loop een onzichtbare GPS-route, doorkruis het bos op de mountainbike of fiets op je gemak over een de vele fietspaden. Voor zonnen, zwemmen, zeilen of varen is het Laaksterstrand de perfecte plek.
Het Hulkesteijnse bos is relatief jong, maar oogt als een volwassen bos met jonge en ‘oude’ bomen. Vooral populieren voelen zich er goed thuis en groeien snel. Bomen van een meter doorsnee zijn al geen uitzondering meer. Het bos wordt vernat door regen- en kwelwater in het gebied vast te houden. Zo kan de natuur haar gang gaan en ontwikkelt het Hulkesteijnse bos zich tot een moeras- en broekbos met de karakteristieke flora en fauna die daar bij horen.
Roggebotzand
Samen met natuurgebied Reve-Abbert - vanaf 2009 in beheer bij de Stichting Flevolandschap - maakt Roggebotzand deel uit van de groene gordel langs de Randmeren. De populieren die in het verleden de horizon bepaalden, hebben plaats gemaakt voor duurzaam loofhout. Door houtoogst, aanplant en natuurlijke verjonging blijft het bos zich vernieuwen. Wandelen door het stille bos, een bezoek brengen aan de 'genenbank', paddenstoelen kijken of speuren naar wild: vele gemarkeerde routes voeren door afwisselende natuur.
Van de oorspronkelijke vegetatie in het Roggebotzand was niet veel meer over. Minder dan 5% om precies te zijn. Terwijl oorspronkelijk materiaal van groot belang is voor de kwaliteit van ecosystemen. Om de inheemse struiken en bomen te vinden, zijn kaarten uit 1850 gebruikt. In oude bossen of restanten van oude bossen zijn bijna 60 oude, oorspronkelijke exemplaren van de 114 inheemse bomen en struiken teruggevonden. Deze zijn daarna vermeerderd en uitgeplant in het bos Bronnen voor Nieuwe Natuur. Deze zogenaamde genenbank bestaat uit 3500 bomen en struiken en is toegankelijk gemaakt via een wandelpad en informatiepanelen.
Het Roggebotzand onderscheidt zich door grote biodiversiteit. Elk jaar worden er weer nieuwe waarnemingen gedaan. Bij de ontwikkeling van de binnendijkse natuur en de aansluiting op de randmeren, zijn tal van grote waterpartijen gegraven. Dankzij het kalkrijke zand en mineraalrijk kwelwater kunnen zich hier vele aan water gebonden soorten ontwikkelen.
Het Spijk en Bremerbreg
Spijk en Bremerberg zijn deel van de Randmeerbossen. Het zijn jonge polderbossen. Torenhoge populieren staan strak in het gelid, afgewisseld door groepen elzen, beuken en eiken. Als de wind zachtjes door de kruinen ritselt, is het een heerlijke plek om te ontspannen. Harde storm maakt het bos soms een onheilspellende plek en geeft het grillige vormen. De bekendste bewoners zijn ree en vos. Geleidelijk aan doet ook de das zijn intrede.