In Kempen is de bewoonde wereld ver weg. Zandwegen voeren langs akkers en door eindeloze bossen. Het oude Kempenland is het land van smokkelaars en marskramers. Van arme zandgronden en arme zandboeren. Van de armoede is gelukkig weinig meer over. Maar het verleden is dichtbij. Daar waar de naaldbossen wijken, ligt de grote stille heide. De vlakte vertelt een verhaal. Over eenzaamheid, stuivend zand en verraderlijke moerassen. Op een gure herfstdag komen zulke verhalen makkelijk tot leven.
Geitenmelker
Op de Cartierheide kronkelt het Dalems Stroompje. In het voorjaar bloeit de witte waterranonkel. Op de heide scharrelen de hazelworm en de gladde slang. Mocht u ze tegenkomen, maak u dan geen zorgen. Ze zijn absoluut niet giftig. In de schemering jaagt de nachtzwaluw in de bosrand. Geitenmelker, luidt zijn bijnaam. Vroeger graasden er geiten op de hei. Met wijd open bek zwermden de nachtzwaluwen rond de dieren. Om melk te drinken, dachten de boeren. In werkelijkheid vulden ze hun buik met insecten.
Brood en bier
Kempen ligt op de grens met België. De fietspaden sluiten aan bij het fietsknooppuntroutenetwerk in België en Nederland. Ruiters en menners kunnen hun hart ophalen, want ze mogen gebruik maken van bijna alle zandwegen. Er zijn ATB-routes uitgezet. Net over de grens ligt de abdij van Postel. Er is een terras en u kunt er kruiden, kazen, bier en broden kopen. In het gehucht Witrijt is D’n Herbergh, het bezoekerscentrum voor Kempen. Daar starten verschillende wandelroutes. Ze sluiten aan op de paaltjesroutes van Staatsbosbeheer.