"Je kan hier nog zien hoe de duinen zijn ontstaan."
Beheerder Tim Fransen: "Het mooiste deel vind ik de Coepelduynen met zijn zandverstuiving. Daar kun je nog zien hoe de duinen ooit ontstaan zijn: door een samenspel van zand en wind. Er groeit bremraap, hondskruid, nachtsilene en ogentroost. Ik kom er vaak een ree of vos tegen."
Jonge duinen
Nederland heeft een prachtige duinenrij. Je zou het niet zeggen, maar die duinen zijn nog relatief jong. Zo’n 1000 jaar geleden veranderden de zeestromingen. De buitenste 'oude' zandwallen werden weggeslagen. Op andere plekken voerden wind en water juist zand aan. Dat stoof op tot gigantische zandbulten. Op de oude strandwallen zijn steden als Voorburg en Katwijk gebouwd. De bewoners van die zeedorpen legden akkers (dellen) aan in duinpannen. Zo'n akker kreeg de naam van de eigenaar, zoals de Guijtendel.
Verzwolgen door het zand
De vroegere bewoners hadden een haat-liefde verhouding met de duinen. De grond was rijk aan kalk en geschikt voor de landbouw. Maar de akkers werden voortdurend bedolven onder het stuivende zand. In de vijftiende eeuw zelfs het volledige dorpje Berkheide. Om verder leed te voorkomen, werd helmgras aangeplant.
Duinen stuiven weer
In de crisisjaren aan het begin van de vorige eeuw werden ook naaldbossen geplant. Zo werd het duin vastgelegd. Tegenwoordig denkt men daar anders over. Staatsbosbeheer laat op sommige plekken het zand weer stuiven. De wind woelt kalk omhoog. Karakteristieke duinplanten zoals het duinroosje varen daar wel bij. Ook de zeldzame zandhagedis laat zich weer zien.