Bevers eten graag schors en takken van bomen die ze eerst omknagen. Door hun knaagwerk maken ze open plekken die voor afwisseling in moerasbossen zorgen. Bevers laten zich zelden zien, maar hun sporen zijn makkelijk te ontdekken. Witte schilfertjes hout op het water zijn restanten van een bevermaal. Een wirwar van takken op de grens van land en water is een beverburcht. Een boom die bijna, of helemaal, is doorgeknaagd: het resultaat van noest knaagwerk van vier indrukwekkend grote snijtanden. Kijk mee met boswachter Gerrit van Scherrenburg.
De Gelderse Poort is het eefgebied van zo'n tachtig bevers en broedgebied van zwarte stern, blauwborst en grauwe gans. Zilverreiger, lepelaar, veldleeuwerik en kwartelkoning zijn in het gebied teruggekeerd. De jonge rivierbossen en ruige vlaktes worden begraasd door runderen en paarden.