
Adders leven in vochtige heidevegetaties en in hakhout en bosjes langs bosranden. Op zonnige dagen in het voorjaar en de zomer liggen ze graag te zonnen. Ze voeden zich met kleine zoogdieren, amfibieën, vogels, wormen en insecten. U herkent de adder aan de donkere zigzagstreep op de rug. Vrouwtjes worden ongeveer 70 cm lang, mannetjes 65 cm. Om de twee jaar baart het vrouwtje zeven tot veertien jongen. Adders zijn giftig, maar zolang ze zich niet aangevallen voelen hebt u niets van ze te duchten.
Op de heide leven adders en bij het water ringslangen. Verder leven in boswachterij Gees vossen, dassen, boommarters, havik, buizerd, en wespendief.