
Adders leven in vochtige heidevegetaties, in hakhout en langs bosranden. Op zonnige dagen in het voorjaar en nazomer liggen ze graag te zonnen. Ze voeden zich onder andere met kleine zoogdieren, reptielen, amfibieƫn en vogels. U herkent de adder aan de donkere zigzagstreep op de rug. Vrouwtjes worden ongeveer 70 cm lang, mannetjes zijn meestal kleiner. Adders zijn levendbarend. Dit betekend dat de jongen worden geboren in een vlies dat bij de geboorte stukgaat. De jongen zijn direct zelfstandig. Een vrouwtje baart zeven tot veertien jongen. Adders zijn giftig, maar zolang ze zich niet aangevallen voelen, hebt u niets van ze te duchten.
Natte heideterreinen zijn bijzondere gebieden voor planten en dieren. Hier groeien zonnedauw, snavelbies, klokjesgentiaan, veenpluis, dopheide en rood bekertjes mos. Ze zijn het leefgebied van adder, levendbarende hagedis, heikikker en heideblauwtje. In het bos komen diverse soorten vogels voor zoals zwarte specht, boomklever, havik en kleine bosvogels als goudhaantje, zwarte mees en goudvink. Op het Lheebroekerzand groeien karakteristieke oude jeneverbesstruwelen. De zestig heideplassen, vennen en veentjes in het Dwingelderveld zijn aantrekkelijk voor tal van watervogels. Hier kunt u verschillende eendensoorten aantreffen maar ook de zeldzamere soorten als dodaars, geoorde fuut en roodhalsfuut.