
Het zoute en zoete water op Ameland zorgt voor een ongekende rijkdom aan planten. Van de veertienhonderd plantensoorten die Nederland telt, komen er zo’n vijfhonderd op dit smalle strookje land tussen Wadden- en Noordzee voor. ’s Zomers bloeien de gele teunisbloem en de blauwe zeedistel. In de natte duinvalleien staan dan ook orchideeën in bloei. Aan het eind van de zomer kleurt de klokjesgentiaan blauw. In de binnenduinen groeit de duindoorn. In de herfst dragen de struiken fel oranje bessen, waarvan heerlijke siroop wordt gemaakt.
De Wadden zijn misschien wel het vogelrijkste gebied van West-Europa. Miljoenen vogels doen zich te goed aan wat de zee brengt. Zodra het wad droogvalt, gaan ze op zoek naar voedsel: kokkels, mosselen, slakken, garnalen. Ze hebben maar beperkt de tijd voordat het water weer opkomt. Dan is het afgelopen, vooral voor de vogels met de korte pootjes. De Engelsmanplaat, een hoge zandplaat tussen Ameland en Schiermonnikoog, is een prima hoogwatervluchtplaats.
Op Ameland broeden zo’n vijftig vogelsoorten, van zilvermeeuw tot holenduif en van kiekendief tot graspieper. Tijdens de vloed doen de kwelders dienst als vluchtplaats voor duizenden scholeksters, bonte strandlopers, wulpen en eidereenden. Tweeduizend paar kapmeeuwen broeden hier; ook kunt u er visdiefjes, kluten en noordse sterns zien.